Skip to content

BSO

Het accent in BSO-richtingen ligt op praktijk en toepassen, theorie en theoretische vakken dienen ter ondersteuning van de praktijk. De algemene vakken worden niet afzonderlijk gegeven, maar via projecten aangeleerd in het vak PAV (Project Algemene Vakken). In de derde graad wordt er veel belang gehecht aan de stages buiten de school.

In het BSO kan je er ook voor kiezen een zevende jaar te volgen, dit is een specialisatiejaar. Wie slaagt in een zevende jaar BSO ontvangt een diploma secundair onderwijs. Na de studierichting af te werken kunnen de leerlingen onmiddellijk aan de slag op de arbeidsmarkt.

Tweede graad Kantoor

Ben je ordelijk met papieren en cursussen? Ben je precies met cijfers? Wil je later een administratieve job uitvoeren? Dan is de richting kantoor iets voor jou! De studierichting kantoor biedt een praktijk- en bedrijfsgerichte vorming aan die een flexibele inzet op de arbeidsmarkt mogelijk maakt.

In de tweede graad wordt hiervoor de basis gelegd. In deze praktische opleiding leren de leerlingen al doende: handelsdocumenten opmaken, invullen en gebruiken. Daarnaast leren ze een eenvoudige boekhouding bijhouden, blind typen, vlot werken met verschillende computerprogramma’s. Ook leren ze administratieve taken uitvoeren, klasseren en zich vlot uitdrukken in verschillende talen, zowel mondeling als schriftelijk.

Derde graad Kantoor

Deze basiscompetenties worden in de derde graad verder ontwikkeld door onder meer een ruime stage. Na het voltooien van de derde graad ‘Kantoor’ (7de jaar) zijn de leerlingen voldoende gewapend om routinematige, brede administratieve taken binnen een onderneming te vervullen.

Stage?

Om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk krijgen de leerlingen de kans om gedurende hun schooltraject stage te lopen in een bedrijf. In 5 kantoor wordt gestart met wekelijks 4 uur stage, in 6 kantoor wordt dit uitgebreid met wekelijks een volledige dag stage én 1 week blokstage om dan te eindigen in 7 kantoor met wekelijks 1 dag stage én 2 weken blokstage.

Zo krijgen de leerlingen meer voeling met de praktijk zodat ze voorbereid zijn op het werkveld.